Oeverzwaluw - Oeverzwaluwen in de Haarlemmermeer

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Oeverzwaluw (Riparia riparia)

De Oeverzwaluw is een van 4 zwaluwsoorten die hier tijdens de zomermaanden verblijven. De Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Gierzwaluw en Oeverzwaluw zijn binnen de grenzen van de Haarlemmermeer te vinden. Alle zwaluwsoorten zoals hierboven genoemd zijn kolonie broeders. Alleen de Boerenzwaluw wil nog wel eens solitair broeden, maar de soortgenoten zijn veelal toch nog wel in de buurt.
De Oeverzwaluw is met een lengte van 12 a 13 cm de kleinste van de Europese zwaluwen. Van de kleur moet de Oeverzwaluw het niet hebben. De bovenzijde is dof/ grijsbruin. De handpennen zijn iets donkerder. De onderzijde is wit met een duidelijk afgetekende grijsbruine borstband. Ondervleugel is donker (grijsbruin). Vleugeldekveren zijn iets donkerder. De staart is ondiep gevorkt. Ook de naam zegt eigenlijk al genoeg. Het beestje is te vinden nabij water en oevers. Voor de oevers zijn ze wel kieskeurig. Deze moet steil zijn en van een zand/leemachtige substantie bestaan. De aanwezigheid wordt vooral bepaald door het voorkomen van geschikte wanden, zoals bij afgravingen, afkalvende oevers en gronddepots. Indien er aan deze criteria voldaan is dan wordt er tijdens het broedseizoen een horizontale tunnel gegraven met een lengte van 60-90 cm.


Foto Norman Graafsma: Afbeelding poot Oeverzwaluw met "kwastje" voor het uitgraven van een broedgang.

Dit is een hele inspanning van het dier omdat alleen gebruik maakt van de speciale pootjes waarmee de gang wordt uitgekrabd. Aan die pootjes zit nog een soort kwastje waarmee het zand wordt weggeduwd. Ook wordt in het begin gebruik gemaakt van de vleugel om een begin te maken met de broedpijp. Aan het eind van de gang bevindt zich uiteindelijk dan de broedkamer. Die wordt gevoerd met veertjes(wit) en met plantendelen. Vanaf half mei worden de eieren gelegd en gebroed. Het legsel bestaat uit 4-5 witte eieren. Holenbroeders hebben meestal witte eieren omdat ze dan beter opvallen in een schemerige omgeving. De broedtaken worden door beide ouders vervuld. Na 12-16 dagen komen de eieren uit. Oeverzwaluwen zijn nestblijver en zodoende zijn ze erg hulpeloos. Nestvlieders zoals de Wilde eend echter kunnen nadat ze uit ei zijn gekomen direct zelfstandig voedsel zoeken.





Als de jonge Oeverzwaluwen wat groter zijn verlaten ze de nestkamer en komen naar het begin van de broedpijp om gevoerd te worden door beide ouders. Na ca. 19 dagen zijn ze groot genoeg om zelf het luchtruim te kiezen. Broed per seizoen 1-2 keer. In augustus/ september vertrekken ze naar het zuiden, naar equatoriaal West-Afrika. Voordat ze vertrekken verzamelen ze zich bij duizenden op gemeenschappelijke slaapplaatsen ook wel roestplaatsen genoemd. Oeverzwaluwen voeden zich vliegend. Vaak in troepen laag boven het water.
Vliegen snel en licht maar slaat bij versnelling de vleugels naar achteren en naar het lichaam toe hierdoor wordt er smalle indruk gewekt. De vlucht heeft weinig glijpauzes.
De jonge vogels hebben lichte, roestachtige of witachtige veerranden, vooral van tertials en bovendekvleugelveren van dichtbij goed zichtbaar. Op afstand lijken deze delen lichter dan bij een volwassen vogel. Het geluid is droog raspend, als van grof schuurpapier, trrrsh; bij opwinding, bijvoorbeeld bij de nestholen van de kolonie, deze rauwe roep in langere reeksen, in snel,vaak versnellend tempo, trrrsh,trre-trre-trre-rrererre.... De kwetterende zang is iets meer dan en herhaling van het roepgeluid. De alarmroep is een hoger, opgewonden tjir.
Geluidsfragment hieronder.


 
Copyright © RAS Project Oeverzwaluwen Haarlemmermeer.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu